Terug naar het docentenpakket

Docentenpakket · Module 1

Raad het volgende woord

Leerdoelen

  1. De leerling kan aanwijzen waarom Flap een bepaald woord koos ("dat woord kwam na dat woord het vaakst") en kan zeggen dat hij telt en niet begrijpt.
  2. De leerling kan uitleggen dat Flap alleen kan gebruiken wat hij las: wat hij nooit las, kent hij niet, en toch geeft hij een antwoord (hallucineren).
  3. De leerling kan met een eigen voorbeeld uitleggen waarom een chatbot die goed klinkt niet snapt wat hij zegt.

Kerndoelen digitale geletterdheid (conceptkerndoelen, vanaf 1 augustus 2027 officieel; bron Kennisnet). 22D (po): De leerling verkent AI. 21D (vo): De leerling verkent mogelijkheden en beperkingen van AI. 22C en 21C: De leerling verkent het gebruik van data en dataverwerking.

Voorbereiding

  • Geef je les in groep 5-6? Gebruik de variant met ?groep=56 en het blad Groep 5-6.
  • Chromebooks open op slimmerdanai.nl/modules/1/ (geen account, niemand typt iets). Loop de les zelf een keer door: ongeveer 10 minuten.
  • Digibord: de slides (F = volledig scherm, N = notities). Zelf op het digibord? Zet ?klas=1 achter het adres: dezelfde schermen, groter. Exitbriefjes klaarleggen.
  • Duo's: één kind bestuurt, de ander is de twijfelaar en vraagt "waarom dat woord?".
  • Taalregel: Flap raadt en telt. Hij snapt en weet niets, en hij liegt niet. Zeg "groep 7" in het po en "klas" in de brugklas.

Tijdschema

TijdWatHoe
0-5InstapDia 1-4. Schrijf "De hond rent door de ..." op het bord, de klas roept het woord, jij vraagt: waarom? Kernvraag: hoe weet een chatbot wat hij moet zeggen?
5-20Flap leren in duo'sDia 5-6. De schermen leiden zelf: kies een verhaal, Flap leest, raad het woord na "de", Flap maakt een zin, jullie vragen iets wat hij nooit las (hij crasht en verzint iets). Eerst voorspellen, dan klikken. Wissel van rol bij "Laat Flap een zin maken". Loop rond: vraag de twijfelaar "waarom dat woord?". Duo's die eerder klaar zijn, kiezen een ander verhaal.
20-25Kiezen: Wat zeg jij?Dia 7 op het digibord. Noor zegt: "Een chatbot snapt wat hij zegt." Lees de drie antwoorden voor, 10 seconden denktijd, handen per antwoord. Zeg: "Een fout antwoord is een slimme gok." Duo's kiezen daarna zelf op hun Chromebook (het goede antwoord is nodig om verder te gaan).
25-35NabesprekenDia 8-10. Verplicht, ook als het krap is.
35-42AfsluitingDia 11-12. Kernzin hardop, exitvraag op papier. Wil een duo verder: knop "Naar module 3" op het laatste scherm.
42-50BufferDe stellingen (dia 13-14), of gesprekskaarten.

Vijf gespreksvragen

  1. Flap schreef een zin die klopte. Wist hij dat? Hoe weet je dat?
  2. Flap had een woord nooit gelezen en gaf toch een antwoord, heel zeker. Wat doet een echte chatbot dan soms? (Hallucineren.)
  3. Een echte chatbot leest miljarden woorden. Wat wordt beter en wat blijft hetzelfde?
  4. Flap draaide in een rondje. Waarom? (Hij onthoudt alleen het laatste woord.)
  5. Hoe leg je een kind uit groep 4 uit hoe een chatbot aan zijn woorden komt?

Exitvraag en beoordeling

"Je bouwt een woordmachine en geeft hem alleen een kort verhaal over katten. Daarna laat je hem een zin over honden schrijven. Wat gebeurt er, en wat kun je doen om het beter te maken?"

Niveau 1Vaag of onjuist: "hij is dom", "hij zoekt het op".
Niveau 2Flap kan alleen gebruiken wat hij las, dus hij herhaalt of schrijft iets vreemds.
Niveau 3Niveau 2, plus een passende verbetering (meer en gevarieerde tekst, ook over honden) en: Flap telt nog steeds, hij snapt niets.